Historie van de kerk

Geschiedenis

Het dorp Nieuwolda, waar in de middeleeuwen eens een klooster stond, kreeg vanaf midden zestiende eeuw steeds meer zijn huidige vorm. Het ontwikkelde zich op de vruchtbare gronden die door bedijking op de Dollard gewonnen waren. In 1718 kreeg Nieuwolda, dankzij een royale nalatenschap van Timon Hermans, een eigen zaalkerk met vier traveeën met brede hoge spitsboogvensters en een driezijdig koor. Tussen de venstertraveeën kreeg de kerk aan de noordzijde steunberen en aan de zuidzijde lisenen. Boven de oorspronkelijke ingang aan de noordzijde kwam een herdenkingssteen ter nagedachtenis aan de gulle gever. Het zadeldak van het schip en de drie dakvlakken van het koor werden bedekt met Friese golfpannen.

Het interieur van de kerk heeft een houten tongewelf. De muren zijn gestuct en witgeverfd. Het interieur heeft nog de kenmerken van de originele achttiende-eeuwse inventaris. Het middenpad is belegd met rode Bremer zandstenen. In het koor liggen zwartgrijze plavuizen en enkele oude grafzerken. Het meest bijzondere is de kansel uit 1718. Het houtsnijwerk is het werk van de bekende Groninger schrijnwerker/stadsbouwmeester Allert Meijer en Jan de Rijk. Op vier panelen staan de vier evangelisten met hun attributen. Het middenpaneel heeft vanitasvoorstellingen als symbolen van vergankelijkheid, nietigheid en ijdelheid van het aardse leven. Op het kanseldeurtje staat een vrouwenfiguur afgebeeld. Het orgel, gebouwd in 1787 door J.F.Wenthin uit Emden, is het oudst bestaande orgel in Groningen met duidelijk zichtbare frontindeling voor hoofd- en bovenwerk.

In 1765 werd aan de westzijde van de kerk een vrijstaande toren gebouwd die met een smalle verbinding met de kerk verbonden werd. De forse vierkante toren met daarop een achtkantige bovenbouw (lantaarn) met naaldspits draagt een zeemeermin als windvaan.

Boven de westelijke gang van de toren zijn twee herdenkingsstenen ingemetseld. De eenvoudige grijze herdenkingssteen van de kerk met de oude ingang naar de nieuwe ingang onder de toren. Boven deze steen is de lichtere sierlijke steen gemetseld die herinnert aan de bouw van de toren in 1765. De toren is eigendom van de gemeente Oldambt.

De kerk werd in 1904 gerestaureerd. In 1976 heeft er een tweede restauratie aan het interieur plaats gevonden: de kerkbanken zijn ruimer neergezet en in de lengte ingekort waardoor een ruimer middenpad ontstond. Ook zijn er toen enkele banken voor de preekstoel verwijderd; het doophek was eerder al verwijderd.